Verloren drieluik Ecce Homo terug naar Dordrecht

Drenkwaardtriptiek

Hij trekt zorgvuldig een paar witte handschoentjes aan en opent dan heel voorzichtig de grijze zijpanelen. Dan ontvouwt zich een eeuwenoud kunstwerk. Het is terug in de kerk waar het in 1544 werd geplaatst. Het is een kleurkopie maar zo knap gedaan dat je denkt met een origineel te doen te hebben. De ‘hij’ met de witte handschoenen is Arij Boogerman, voorzitter van de Stichting Behoud Augustijnenkerk en ex-makelaar, die nu bemiddelde tussen Los Angeles en Dordrecht...

Tussen 1544 en 1572 bevond zich in de Dordtse Augustijnenkerk een schitterend drieluik.
Het was gemaakt in opdracht van schout Jan van Drenckwaert en stond opgesteld in de familiekapel. Tijdens de keuze van Dordrecht voor het calvinisme in 1572 dook het altaarstuk onder, eerst in de aangrenzende Berckepoort, maar later verdween het spoorloos. Na tal van omzwervingen dook het in 1946 weer op in het Nationaal Museum van Warschau. Jan van Drenckwaert werd na zijn dood in 1549 in de Van Drenckwaertkapel in de Augustijnenkerk begraven bij zijn beide vrouwen.
 
Dat een levensgrote kopie van het kunstwerk terugkomt in de Augustijnenkerk is een klein wonder. Het Gettymuseum, waar het werk gerestaureerd werd, belde Aart de Boon, de contactpersoon in Dordrecht, en bood als dank voor de verleende hulp een levensgrote en levensechte fotokopie aan. Die kwam in een grote kartonnen koker aan bij Arij Boogerman. Hij vroeg meubelrestaurateur Matteo Visser de omlijsting naar oud model te maken. Boogerman wist ook de kerkenraad te bewegen om akkoord te gaan met de plaatsing in de Schrijverskapel. En zo is het gekomen dat Dordrecht een belangwekkende bezienswaardigheid rijker is geworden.
 
Het drieluik is gemaakt als een memorietafel in opdracht van Jan (Johannes) van Drenckwaert (plm.1485-1549), Een memorie- of gedenktafel is een schildering met een religieuze voorstelling waarop tevens de portretten van de te gedenken personen staan afgebeeld. Jan van Drenckwaert was telg van een voorname familie, hij was de jongste van de 22 kinderen van burgemeester Willem van Drenckwaert (1420-1488). In 1516 werd hij schout van Dordrecht. Hij was gehuwd met Josina van Bekesteyn (†1519). Na haar overlijden huwde hij met Margaretha de Jonghe van Baardwijk (†1542). Beide huwelijken bleven kinderloos. In 1544 had Van Drenckwaert opdracht gegeven aan de kunstschilder Maarten van Heemskerck (1498-1574) om het drieluik te schilderen. De destijds befaamde schilder werkte in een vernieuwende stijl: een combinatie van het Nederlandse realisme met een expressieve vormentaal en het gebruik van briljante kleuren, vaardigheden die hij had opgedaan tijdens zijn langdurig verblijf in Rome.
Het middenpaneel geeft een voorstelling weer uit de Passie-geschiedenis: Jezus die door de stadhouder Pilatus aan het volk wordt getoond met de woorden Ecce Homo: ‘Zie, de mens’. Op de geopende zijpanelen zijn schout Jan van Drenckwaert en zijn tweede vrouw Margaretha de Jonge van Baardwijk in geknielde houding en met gevouwen handen afgebeeld. Zij worden vergezeld door hun beschermheiligen: de evangelist Johannes en de heilige Margaretha, die aan hun attributen te herkennen zijn: een kelk met een slangetje voor Johannes en een boek, en crucifix (kruis) en draak voor Margaretha. Op de achterkant van de zijluiken staan die schutspatronen nogmaals afgebeeld maar nu in grisaille (grijs).
Veel van Heemskerck religieuze schilderijen werden vernietigd door protestantse beeldenstormers die voorwerpen in verband met het katholieke geloof in heel Nederland in 1566 vernielden. De ‘Ecce Homo’ zoals het drieluik ook wordt genoemd, onderscheidt zich als een belangrijke overlevende van die woelige periode.
 
Het Gettymuseum in Los Angeles vond het stuk van zodanig kunsthistorisch belang dat het aanbood het kunstwerk te conserveren en aan het publiek te tonen (in 2012). Voor het historisch onderzoek riep men ook de hulp in van het Dordtse archief en Herman A. van Duinen die in het jaarboek van 2010 aandacht had besteed aan de geschiedenis van het Augustijnenklooster en aan dit altaarstuk. De dank voor die hulp resulteerde in de visuele terugkeer van dit belangrijke kunstwerk. Het staat niet opgesteld in de oude Drenckwaertkapel, want die is bij een verbouwing opgegaan in een grotere ruimte.
Bezoekers kunnen het bezichtigen in de Schrijverskapel, de eerste kapel rechts. De fraaie tekstborden zijn door Herman A. van Duinen vervaardigd. Een officiële opening is niet gepland maar bezoekers zijn welkom: van eind maart tot eind oktober is de kerk op de zaterdagen van 11.00-16.00 uur geopend.
 
Ter gelegenheid van de restauratie en het 150-jarig bestaan van het Muzeum Narodowe (Pools Nationaal Museum) is er een fraai boekwerk uitgegeven: Drama and Devotion, Heemskerck’s Ecce Homo altarpiece from Warsaw. Anne T. Woollett , Yvonne Szafran en Alan Phenix, Los Angeles, J. Paul Getty Museum, 2012.
Deze 112 pagina's tellende paperback is ook te koop in of via de Augustijnenkerk (0653414065). Komt dat zien.
 
Tekst: Ton Delemarre
Correcties: Herman A. van Duinen

Op Facebook...

Logo