Romaans doopvont in de Augustijnenkerk

De kuip van de roodzandstenen doopvont dateert uit de romaanse periode (12e-13e eeuw). De voet is nieuw. De herkomst is niet bekend. Een mogelijkheid is dat de doopvont afkomstig is uit een parochiekerk van één van de verdronken dorpen tijdens de Sint Elisabethsvloed van 1421.

Het inwendige van de doopvont heeft een doorsnede van 75 cm en is 25 cm diep. Tot in de 14e eeuw was in een parochiekerk de kinderdoop door dompeling de meest gangbare praktijk. Daartoe moest de kuip van een zodanige grootte zijn dat een kind daarin gedompeld kon worden.

In de Middeleeuwen en ook later mocht er in de kloosterkerken van de bedelorden, waartoe de Augustijnenkerk behoorde, alleen gecelebreerd (missen opgedragen), gepreekt en begraven worden. Voor de doop moest men in de parochiekerk zijn. In een kloosterkerk stond dan ook geen doopvont (gegevens: dr. Martijn Schrama OSA).

 

De doopvont was in bezit van de familie Stoop en stond in de tuin van villa Renata (afgebroken in 1957) tegenover het station. In de oorlogsjaren (1940-1945) is de doopvont overgebracht naar de tuin van het Dordrechts Museum (gegevens: drs. Chris de Bruyn, museum Van Gijn).

Het Dordrechts Museum heeft de doopvont in 2008 in bruikleen afgestaan aan de Stichting Behoud Augustijnenkerk.

De Dordtse vont vertoont veel overeenkomst met de doopvont in de Hervormde Kerk van Haamstede (afbeelding links). Dit vont bleef bewaard omdat het lange tijd dienst deed als drinkbak in een paardenstal (gegevens: dr. Regnerus Steensma, specialist middeleeuwse kerken).

Na een grondige reiniging en droging van enkele maanden kreeg de romaanse vont toch zijn plaats in de voormalige kloosterkerk van de Augustijnen: de Augustijnenkerk.

 
Herman A. van Duinen - Dordrecht - 29  november 2008
Logo